Elisabeth-sisi.nl
Home » Sisi haar verhaal » Sisi haar verhaal 9

Maar voor de trotse aartshertogin was de benoeming van graaf Andrássy op de Ballplatz, waar zij in haar jeugd Prins Metternich had gezien als dictator van Europa, de climax van dit tragische jaar. Haar gezondheid had zich nooit meer hersteld na de dood van haar lievelingszoon en de vernedering van haar land en de opkomst van die parvenu Hohenzollerns brak ten slotte haar ontembare geest. Ze bleef nog een jaar sukkelen tot ze in de lente van 1872 een ernstige kou vatte.

Reeds enkele dagen later kondigden de artsen aan dat er geen hoop was op herstel. De keizerin was in Meran toen het nieuws over de ziekte van haar schoonmoeder haar terug bracht naar Wenen. In haar gevolg reisde nu haar nieuwe Hongaarse hofdame mee, die een nog grotere invloed zou krijgen op Elisabeth dan Ida Ferenczy. Evenals Ida was zij een vriendin van Andrássy en Deák en had het grootste deel van haar leven buiten gewoond. Maar ondanks haar landelijke opvoeding Marie Festetics op haar tweeëndertigste jaar veel meer vrouw van de wereld dan Ida. Ze was intelligenter en kritischer, eerder bereid om te ontleden dan om te bewonderen ....een vrouw die zich door haar positie en opvoeding kan handhaven aan het Oostenrijkse hof. Elisabeth ontmoette haar voor het eerst in Boedapest, waar zij in dienst was van Aartshertogin Clotilde. Ze was onmiddelijk gecharmeerd door haar openhartigheid en geestigheid en haar volkomen gebrek aan kruiperigheid. In Ida had Elisabeth een heel trouwe vriendin, maar ze had een briljanter en energieker metgezel nodig, iemand die haar geest kan stimuleren en die haar kan doen ontwaken uit haar dagdromen. Marie Festetics was percies de persoon die ze nodig had, maar al Andrássy's overredingskracht was nodig om te maken dat de gravin het ambt van hofdame aanvaardde, toen de keizerin haar dit aanbood.

Tijdens het koninklijke bezoek aan Boedapest had ze haar eerste voorproefje gehad van het hofleven en dat was haar niet erg goed bevallen. In haar dagboek schreef ze . Hoewel er veel knappe mensen zijn , Andrássy, Bötvös en de oude Deák, vriendelijke mensen, charmante en mooie vrouwen, een zwerm van bloedverwanten, mannelijke en vrouwelijke, zijn er ook veel parvenu's , babbelkousen en meelopers, domme en eerzuchtige mensen, die een waardigheid en toch deel vormen wat "de grote wereld" wordt genoemd. Ze vond de keizerin het mooiste wezen wat ze ooit had gezien had, "vol vorstelijke waardigheid en toch zo lief en vriendelijk, met zo'n zachte blik in haar ogen en zo'n betoverende stem. Soms ziet ze er uit als een jong meisje, dan weer als een vrouw, maar over het geheel genomen lijkt ze nog het meest op een lelie. Zo wende ze heel langzaam aan het hofleven en het duurde ook lang voordat ze leerde houden van die vreemde, fascinerende, verbijsterende vrouw, die zo benijd werd en tegelijkertijd zo deerniswekkend was. Een vrouw die zowel haar keizerin als haar vriendin was ....., een vrouw die nooit alledaags was en die in haast ieder opzicht verschilde van andere mensen; een vrouw die bezigheid behoefde , maar die niets moest hebben van haar taak als keizerin; een vrouw die haar tijd verknoeide met wat in wezen nutteloze grillen waren en die, hoewel zij merkwaardig intelligent was, ten slotte eindigde met volkomen niets te doen.

Maar in Januari 1872, toen de gravin voor het eerst in Wenen kwam, kon zij onbevoordeeld haar mening zeggen. Wij zien de keizer overweldigd door werk, waaraan hij zich wijdde met een wonderbaarlijk plichtsgevoel, vlug en allert, maar slechts open voor positieve indrukken, terwijl hij, ondanks het feit dat hij zijn vrouw adoreerde, haar nooit begreep en zij op haar beurt gekwetst werd door zijn gebrek aan begrip. 

Marie Festetics was intelligent genoeg om te beseffen dat vele van de grieven van de keizerin, zowel die tegen haar schoonmoeder als tegen het hof, zuiver ingebeeld waren. Zij zag  zich achtervolgd, verkeerd beoordeeld en belasterd door mensen die haar geëerd en zelfs aanbeden zouden hebben, als ze niet altijd de indruk had gewekt hen te wantrouwen. Was er niets in Elisabeths eigen karakter dat de populariteit schuwde, die zij zo gemakkelijk had kunnen verkrijgen, of kwam het omdat ze nooit persoonlijk haar stempel had kunnen drukken op het hof, waar haar schoonmama nog steeds werd beschouwd als "onze echte keizerin", terwijl Elisabeth niets anders was dan een beeldschone ledepop. Had zij, omdat zij te trots was om zich als rivale op te werpen, het hun betaald gezet door zich nog meer in zichzelf terug te trekken.

In de weken dat ze in Meran waren, rijdend of wandelend door de omgeving, wandelingen die de keizerin als korte ommetjes noemde, maar waarvan Marie Festelics, die klein en mollig was, volkomen uitgeput terugkeerde, had Elisabeth gesproken over de eerste dagen van haar huwelijk en over de wijze waarop haar geluk vernietigd was door haar schoonmoeder, die haar greep op de keizer niet wilde verslappen en zich voordurend bemoeide met hun levens.  Maar nauwelijks had ze gehoord dat de aartshertogin ziek was, of ze werd vervuld van wroeging en verwijt dat ze niet vriendelijker en begrijpender was geweest in de afgelopen jaren. Gedurende de hele reis naar Wenen was ze bezeten door de angst dat ze niet op tijd aan zou komen om haar nog om vergiffenis te kunnen vragen.

 

Op de 22ste mei wist Aartshertogin Sophia dat ze op sterven lag en alle leden van de keizerlijke familie werden naar de Hofburg geroepen. Zij nam teder en liefdevol afscheid van ieder van hen, vooral van Elisabeth, die de hierop volgende dagen nauwelijks de kamer van haar schoonmoeder verliet. De aartshertogin was in die tijd meestal buiten bewustzijn, maar haar doodsstrijd duurde lang en ze stierf pas op de middag van de 28ste mei. 

 

Wachtend op haar meesteres in de antichambre, die vol was van ambassadeurs en ministers, zat gravin Marie Festetics afvragend waarom "hooggeplaatste personen niet in vrede mochten sterven in dezelfde heilige rust als bedelaars". De laatste persoon die het met haar eens zou zijn geweest was de aartshertogin zelf, die haar leven had gewijd aan het handhaven van het mystieke prestige van de Habsburgers. Het was niet meer dan behoorlijk, dat de vrouw, die ter wille van de dynastie afstand had gedaan van de titel van Keizerin en die toch een krachtiger invloed had gehad op de troon dan iedere keizerin  sedert de dagen van Maria Theresia, bij haar sterven de eer kreeg die een regerend vorst toekwam. Het kruis en de rozenkrans van Maria Theresia werden uit de keizerlijke schatkamer gehaald en in haar  handen gelegd, terwijl een priester haar de laatste sacramenten gaf.

Voor de eerste keer zagen de hovelingen dat de keizer zijn ijzeren zelfbeheersing verloor en snikte als een kind. Uitgeput door haar lange wake moest de keizerin half bewusteloos uit de kamer worden gedragen. Maar zoals altijd in ogenblikken van crisis toonde Elisabeth zich van haar beste en meest begrijpende kant. Ze deed haar best haar schoonvader te troosten, voor wie de aartshertogin ondanks haar heerszuchtige aard de tederste en lief hebbendste van alle vrouwen was geweest. Zij was voor toewijding, zowel voor de keizer als haar kinderen, vooral voor Rudolf, die dol was geweest op zijn grootmoeder en die zich stuurloos en verloren voelde zonder haar.

Ook Elisabeth huilde, maar haar tranen waren eerder tranen van wroeging dan van genegenheid. Te laat wenste ze dan ze had geweten hoe te vergeven. Ze bleef de hele zomer bij haar kinderen en schoonvader in Ischl, maar de keizer kon niet langer dan enkele dagen bij hen zijn en baron Hübner, die hem opzocht in Schönbrunn, vond dat hij er oud en veranderd uitzag. Het was alsof alle licht en leven uit hem was verdwenen.

Afgezien zijn persoonlijk verdriet over de dood van zijn moeder, vond Frans Jozef het moeilijk zich aan te passen aan het nieuwe politieke klimaat, dat staatsbezoeken aan Berlijn met zich met en het dragen van een Pruisische uniform, wat mij altijd het gevoel geeft, alsof ik oorlog ga voeren tegen mezelf.

In September 1869 was Sisi weer in Possenhofen, waar Marie Festetics  voor het eerst kennis maakt met de Wittelbachs. Na zolang op zeer intieme voet te hebben gestaan met de keizerin, was de hofdame ineens een buitenstaander, die geen deel had aan de familiegesprekken en die door de zusters van Elisabeth met minder hoffelijkheid werd behandeld dan de Engelse gouvernante. Als gevolg hiervan kreeg Marie Festetics een hekel aan de zusters van de keizerin, vooral aan de koningin van Napels, die "omdat zij erg intelligent en energiek is, een grote invloed heeft gekregen op de keizerin en voortdurend hamert op de voordelen van haar eigen bestaan als ex-koningin, die dan doen wat ze wil en kan wonen waar het haar zint, waardoor Elisabeths algemene ontevredenheid alleen maar vergroot wordt.