Elisabeth-sisi.nl
Home » Sisi haar verhaal

Sisi haar verhaal

Elisabeth Amalia Eugenia is geboren in Munchen op Kerstavond 24 december 1837 dat was op een zondag..

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Maar in 1847, het jaar van Sophie geboorte, waren zowel Helene of Nene, zoals ze thuis genoemd werd, als de tienjarige Elisabeth of Sisi, zulke wilde , ongedisciplineerde meisjes, dat hun moeder soms aan wanhoopte, of ze ooit volwassen zouden worden.

 

 

Het was eind juni 1848 dat de Hertogin van Beieren, vergezeld door haar oudste zoon, twee opgewonden kleine meisjes en een nog veel opgewondener Karl Theodor, alsmede een veel geplaagde gouvernante, twee dienstmeisjes en een paar honden in een oude familiekoets naar Innsbruck vertrok. Op de achterbank zat de tienjarige Elisabeth met een kooitje met kanaries geklemd tussen haar moeder en haar zuster, en zag voor het eerst het land, waarover zij later zou heersen als keizerin.

Terwijl Helene zich schikte naar de etikette, die al van haar veertien jaren geeist werd, probeerden Elisabeth en haar broertje Karl Theodor altijd te ontvluchten uit de atmosfeer van de Innsbruck Residenz. En Sophia's derde zoon, Aartshertog Karl Ludwig, een schuchtere jongen van dertien jaar, liep Elisabeth altijd achterna met geschenken van vruchten en bloemen. Hij bleek een echte bewonderaar te zijn . In de vijf jaar, die voorbij gingen voor ze elkaar weer ontmoeten, stuurde hij haar geregeld kleine cadeautjes zoals ringen, armbanden, of beschilderde waaiers, waarvoor ze hem beleefde bedankbriefjes schreef in een kinderlijk handschrift op luxueus met rozen beschilderd papier. Eens ging ze zo ver hem een ring te sturen en hem te vragen, die om harentwille te dragen. 

In de maand Juni 1853 arriveerde er een koerier in Possenhoven met een brief van de aartshertoging Sophie, waarin ze haar zuster, haar schoonbroer en haar oudste nicht uitnodigde om naar Ischl te komen in het midden van augustus. De familie zat aan de ontbijttafel toen Ludovica de brief voorlas en ze behoefde haar echtgenoot slechts aan te kijken om te weten dat hij niet van plan was om de  uitnodiging te accepteren. Hij had altijd al een hekel gehad aan zijn heerszuchtige schoonzuster en onder deze omstandigheden was het veel beter dat hij wegbleef, dan dat in een slecht humeur meeging en een van zijn bekende flaters zou slaan, die de kansen van zijn dochter zou kunnen vernietigen. Toen, op zo'n ogenblik dat het noodlot tussen beide komt om de loop der geschiedenis te veranderen. vielen de ogen van de hertogin op Elisabeth, die haar smekend aankeek, wat er was niets wat Elisabeth prettiger vond dan de opwinding van een reis. 
En ze herinnerde zich plotseling de timide aartshertog, die vijf jaar geleden in Innsbruck Elisabeth toegewijd slaafje was geweest. Karl Ludwig zou nu achttien zijn en nu zij vijf dochters moet zien uit te huwelijken, kon ze het niet veroorloven een kans voorbij te laten  gaan.  Sisi  kan meegaan in plaats van haar vader" zei ze. Ze zou Nene gezelschap kunnen houden op reis en het was een kans om haar peetmoeder te zien, Tante Elise, die ook in Ischl logeerde. 
De hertog zuchte van opluchting. Elisabeth omhelde haar moeder van blijdschap en Helene keek in de spiegel en vroeg zich af, hoeveel Franz Josef veranderd was in de afgelopen vijf jaar.

 

Maar toen Franz Josef op 16 augustus 1853 met zijn adjudant uit Wenen vertrok, beschouwde de keizer zijn vakantie met gemengde gevoelens. Hij was zich terdege van bewust van mijn moeders plan en ondanks de charmante miniaturen en foto's van Prinses Helene, die hem in de afgelopen maanden waren getoond, was het moeilijk te geloven, dat het timide meisje, dat in Innsbruck zo weinig indruk op hem had gemaakt, een schoonheid was geworden. Aan de andere kant wilde hij dolgraag trouwen. De geestdriftige brieven van zijn boezemvriend Prins Albert van Saksen, die onlangs getrouwd was, hadden hem  er van overtuigd, dat een gelukkig huwelijk bevredigender kon zijn dan een kortstondige passie.

 

Intussen wachtte de aartshertogin Sophie op haar zuster en nichten in het hotel, waar ze kamers voor hen besproken had. Niet alleen waren ze meer als een uur te laat, maar tot haar ergenis verschenen ze alle in de rouw voor een van de tantes van de koningin van Beieren. Sophia ergerde zich vooral, omdat haar zoon over een half uur in de villa verwacht werd. Ze hadden geen tijd meer om zich te verkleden en met haar bleke gezicht en zwart haar zag Nene er monsterlijk uit in het zwart. Maar ze kon er niets meer aan veranderen. Ze kon alleen haar eigen ervaren kamenier zenden om het haar van het meisje zo voordelig mogelijk te kappen en hopen dat haar natuurlijke jeugd en frisheid zouden zegevieren over haar Eltz, dat de naakte waarheid bijna alledaags lijkt. Elisabeth was geen wilde, kleine ondeugd, die onuitgenodigd binnen kwam hollen, geen arme assepoester die achtergelaten werd in het hotel, die Franz Josef toevallig zag paardrijden in het bos. 
Hij zag haar voor het eerst in zijn moeders salon, waar ze bescheiden achter haar gouvernante stond, haar glanzend haar zedig gescheiden in het midden en de vlechten om haar kleine hoofdje gewonden. De zwarte japon , die Helene zo vaal maakte, accentueerde  bij Sisi juist haar verfijnde
gratie en frisse huid. In vergelijking met Elisabeth zag Helene er links en beteuterd uit met haar van zenuwen opeen geknepen lippen en wangen, die nog bleker waren dan anders.

 

Sisi vond Franz Josef was niet zo angstaanjagend als ze zich hem had voorgesteld. Hij was veel jonger en knapper dan ze zich herinnerde en hij droeg zijn elagante generaalsuniform met de gratie van een luitenant. Als hij haar aansprak , sloeg hij een opgewekte, half plagende toon aan, alsof ze nog een klein meisje was, maar als ze in zijn richting keek, vond ze in zijn ogen altijd op haar gericht met een vreemd-ernstige uitdrukking, die haar deed blozen van verlegenheid.
Die nacht, nadat het feest was afgelopen was, zei Karl Ludwig verdrietig en teleurgesteld tegen zijn moeder:" Franzl vind Sisi veel aardiger dan Nene. U zult zien, dat zij degene is met wie hij wil trouwen". Waarop de aartshertogin antwoordde:"Wat een onzin, Alsof hij naar dat aapje zou willen kijken.

 

Maar jaloezie is helderziend en de volgende ochtend was de aartshertogin nog maar nauwelijks uit haar bed, of de keizer kwam al op bezoek. Hij zag er zo blij en opgewondenuit als een schooljongen en begon meteen te praten over Elisabeth. Vond zijn moeder haar niet betoverend? Zo bescheiden en toch zo volkomen op haar gemak.... zo vrolijk  en toch zo ontroerend in haar eenvoud.... zo fris en onbedorven als een groene amandel met zo'n lieve blik in haar ogen en lippen, die even zacht en uitnodigend waren als rijpe aardbeien. Zelfs die saaie , zwarte japon kon haar mooie figuurtje niet bedreven, maar zijn tante had hem beloofd, dat ze vandaag geen rouwkleding zouden dragen. Zijn moeder kon haar oren niet geloven, dat ze Franz , die gewoonlijk zo kalm en nuchter was, in dichterlijke gelijkenissen hoorde praten.

Zijn moeder weigerde echter nog steeds te geloven, dat haar zoon verliefd had kunnen worden op een kind van nog geen zestien, dat van toeten noch blazen wist. Het idee alleen al was belachelijk en toen ze de plaatsen verdeelde bij het familiediner, plaatste ze Elisabeth opzettelijk tussen haar zelf en de Prins van Hessen, een verre neef, die Koningin Elisa naar Ischl had begeleid. Helene zou de ere plaats krijgen tussen de keizer en zijn vader en Franz Josef zou zelf zien, dat Elisabeth nog totaal ongewend was aan volwassen gezelschap en conversatie. Het plan van de aarts hertogin slaagde in zoverre , dat ze Elisabeth tot stilzwijgen terroreseerde . Zoals ze tegen haar gouvernante zei:  Het is allemaal goed en wel voor Nene, die eraan gewend is om met mensen te ontmoeten, maar wat moet ik zegen tegen al die grote mensen? Om het nog erger te maken ontbrak de geruststellende aanwezigheid van haar moeder, die met migraine naar bed was gegaan. Van pure nervositeit kon ze niet eten en de prins van Hessen zei tegen haar tante: "Wat mankeert Sisi?  Is ze soms aan het vasten?  
dat haar tante Sophie even ontsteld was als zij over de manier waarop Franz Josef  haar voortdurend bleef aankijken tijdens de maaltijd , zelfs als hij met Nene praatte. Ze was verbijsterd, verrukt en ook verlegen, want hoe kon iemand die zo knap en evenwichtig was nu enige notitie nemen van iemand die zo jong en onbetekenend was als zij.

 

Op de avond van het bal, waarvoor Elisabeth ook was uitgenodigd op uitdrukkelijk verzoek van de keizer, begon de aartshertogin zich ervan bewust te worden, dat al haar plannen scheef waren gelopen en dat haar zoon verliefd was geworden op zijn vijftienjarige nichtje, even romantisch verliefd als iedere jonge student.
Die avond droeg Helene een prachtige , wit-satijnen japon die haar schoonheid tot zijn recht deed komen, maar het was te laat. Haar zusje met haar eenvoudige perzikkleurige voile, een diamanten pijl in haar kastanjebruine krullen, had al het centrum in genomen. De keizer keek naar niemand anders.
 Als hij Elisabeth even verliet was het alleen voor het genoegen om haar te zien dansen met een van zijn aides en in zijn verliefde ogen was zij gracieuzer dan Taglioni. Toen ze aan het catillon toe waren, legde hij alle discretie af en danste alleen met haar. Al zijn boeketjes werden aan haar voeten gelegd en hij hield er zelfs geen enkele over voor Helene. En tegen middernacht, toen het feest was afgelopen, wist heel Ischl dat de keizer verliefd was op zijn nichtje, Prinses Elisabeth van Wittelsbach.

Vroeg in de ochtend van 19 augustus , had de keizer reeds het antwoord van de hertogin van Beieren. In blije haast had ze het antwoord geschreven zonder te wachten op de reactie van haar man op haar telegram:" De keizer heeft om Sisi's hand gevraagd en wacht op je toestemming. Wij zijn allen ingelukkig!" Dat Franz Josef verliefd was geworden op Elisabeth in plaats van Helene maakte niet veel verschil voor haar. Het belangrijkste was dat ze keizer van Oostenrijk tot schoonzoon kreeg en dat al haar kinderen verzekerd waren van een briljante toekomst.  Nauwelijks was de verloving openlijk bekend gemaakt, of Ludavica en Sophie, die in hun hart echt Duits romantisch waren, vielen elkaar in de armen, schreiend van emotie. Het was een andere dochter en een andere nicht, maar het belangrijkste was, dat Franz Josef in de familie trouwde. Noch schijnen  Ludovica of Sophie aandacht te hebben besteed aan het feit, dat Franz Josef en Elisabeth niet alleen volle neef en nicht waren, maar dat Elisabeths ouders ook nog achterneef en -nicht van elkaar waren. beiden Wittelsbachs ...een gevaarlijke erfenis voor de erfgenamen van de Oostenrijkse troon.

 

Tegen elf uur, toen de keizerlijke familie naar de kerk kwam, was het nieuws al bekend in heel Ischl. Een grote menigte mensen had zich verzameld op het kerkplein. Ze zongen het volkslied en rekten hun hals en om het mooie jonge meisje te kunnen zien, dat aan de arm van de keizer uit het rijtuig stapte in een eenvoudig japonnetje van gebloemd mousseline en een breedgerande strohoed. En iedereen merkte op , dat de trotse aartshertogin opzij ging om haar nichtje het eerst in de kerk te laten binnentreden. Tijdens zijn lang tragisch leven zou Franz Josef nooit meer omringd zijn door zoveel Loyaliteit en genegenheid als in het kerkje van Ischl op die zondag 19 augustus 1853. De mis was voorbij en de pastoor stond op het punt de gemeente te zegenen, toen de  keizer naar voren trad, Elisabeth bij de hand  houdend. Met een luide, heldere stem, zei hij: "Eerwaarde, wilt u ons uw zegen geven,want dit is mijn toekomstige vrouw."  Toen ze de kerk uit kwamen, waren de straten propvol. Heel Ischl vierde feest.

In latere jaren plachten de mensen die in de dorpen langs de donau woonden hun kinderen en kleinkinderen te vertellen over die lentedag in 1854, toen de bruid van de keizer de rivier af kwam varen in een jacht, versierd met rozen, waarmee ze langs de bloeiende boomgaarden van de Wachau voer,  langs de middeleeuwse ruines van Durnstein en de grote , koperen van Melk naar Nussdorf, Het dorpje aan de Donau aan de boet van de Leopoldsberg waar de rivierboten hun passagiers voor  Wenen afzettten.

 

Op de Middag van 22 april was Wenen een verlaten stad. Alles wat willen had, van de eenvoudige boerenkar tot het elegantste rijtuig toe, was vertrokkennaar Nussdorf of Schonbrunn. De adel ging naar Schonbrunn, waar de officiele ontvangst zou plaats vinden, terwijl het volk, de sentimentele, hartelijke weners, in vakantiestemming vertrokken met manden vol eten om te picknicken op de hellingende leopardsberg en een eerste glimp op te vangen van hun toekomstige keizerin. Elisabeth stond op het dek in een eenvoudige roze japon met een kanten sjaal, haar lief gezichtje omlijst door een met rozen versierde hoed. Ze scheen even te aarzelen voor die zee van gezichten en het spervuur van toejuichingen. Toen zag ze de keizer, die op de kade stond te wachten. Haar gezicht klaarde open met stralende glimlach wuifde ze in antwoord op de toejuichingen. Nauwelijks had de boot aangelegd, of de keizer ging aan dek en omhelsde zijn bruid.  De menigte bestond voornamelijk uit boeren.  De spontane geestdrift en hartelijkheid, die gewonlijk ontbreekt bij officiële ontvangsten, wordt ook beschreven door de correspondent van de Londense Times. Hij schrijft: Prinses Elisabeth glimlachten en leeg neer naar haar toekomstige onderdanen, alsof ieder gezicht waarop haar ogen rustten het gezicht van een oude en zeer gewaardeerde vriend was.

 Het ontroerendst was wel de trots van de keizer op zijn mooie bruid en iedereen merkte op, dat hij haar hand pas losliet toen zij in het rijtuig stapte waarmee zij met zijn moeder naar Schönbrunn zou rijden.

 

Het vreselijkste monent van de dag kwam toen ze voor haar eigen appartementen op de drempel een magere , oude dame vond wachten met een smal gezicht en dunne, opeengeklemde lippen, die Frans Josef haar voorstelde als gravin Esterházy-Liechtenstein, meesteres van haar hofhouding. Niemand had Elisabeth ooit gewaarschuwd dat een vrouw, die ouder was dan haar moeder en die er veel strenger uitzag dan iedere gouvernante die ze ooit gekend had, het recht zou hebben zich te bemoeien met ieder detail van haar privéleven  onder voorwendsel haar te moeten instruëren in de etiquette en het ceremonieel van het Habsburgse hof.

 

Op de volgende morgen, 23 april, ontwaakte zij na een rusteloze nacht waarin soldaten haar duren bewaakte, om gravin Esterházy bij haar bed te vinden met een stapel papieren, getiteld, Verordering voor het ceremonieel van de openbare intocht in Wenen van hare koninklijke hoogheid, prinses Elisabeth'. Het was niet een stuk dat achteloos over het hoofd gezien kon worden gezien. want elke regel moest ze uit het hoofd leren tot ze haar rol in het traditionele schouwspel van een Habsburg-huwelijk kon dromen.

De volgende middag, 24 april, werden Elisabeth en Frans Josef in de echt verbonden in de kerk van de Augustijners, de parochiekerk van de Hofburg. De kerk ligt op nog geen steenworp afstand van het paleis, maar het duurde meer dan een uur, voordat de lange glinsterende stoetvoor de eindeloze corridors en binnenhoven van de Hofburg over de veertig meter straat bij de kerk arriveerde.

Begeleid door haar moeder en schoonmoeder betrad Elisabeth bleek en nerveus de kerk. Volgens de traditie was haar gezicht ongesluierd en haar bruidsjapon van wit en zilver, geborduurd met myrtebloesem, en de kroon van diamanten en opalen legden slechts de nadruk op haar porseleinen broosheid. Bijna duizend mensen  zaten opgepropt in de kerk. Maar er heerste een ademloze stilte, toe de twee hertoginnen Elisabeth over het middenbad begeleiden. Zelfs de meest cynische en frivole gasten werden ontroerd door de aanbiddende blik, die de keizer zijn bruid toewierp en de tederheid, waarmee haar hielp opstaan van haar piedieu om haar naar het hoogaltaar te begeleiden. Het licht van tienduizend kaarsen glansdeop de geboduurde gewaden der prelaten, op de kragen van de ridders van het Gulden Vlies, op de met juwelen bestikte kostuums van de hongaarse magnaten en de erfstukken van de rijkste aristoratie van Europa.

Maar het jonge paar dat voor het altaar knielde was even eenvoudig en innig als toen ze hun verloving bekend maakten in de dorpskerk van Ischl. Elisabeth draaide zich schuchter om naar haar moeder voor zij haar huwelijkseed fluisterde en het "ja" van de keizer klonk helder en vol zelfvertrouwen. Toen kwam het ogenblik dat de ringen gewisseld werden, voorafgegegaan door en salvo van kanonnen en het luiden van alle kerkklokken van Wenen. Elisabeth en Frans Josef waren getrouwd.

 

Het was avond tegen de tijd dat zij de kerk verlietenbegeleid door de fanfare van trompetten en luid trommelgeroffel om terug te rijden naar de Burg waar Frans Josef de nieuwe keizerin naar de troonzaal bracht om de gelukwensen van het hof in ontvangst te nemen. In de Hofburg,Het  waar Elisabeth bijna twee uur lang op een troon moest zitten, één hand op een geboduurd kussen, terwijl hertoginnen, prinsessen en gravinnen allen in strikte volgorde van het protocol, te beginnen met haar eigen schoonmoeder, langs haar heen defileerden om die hand te kussen. Er was nu niets plechtigs meer aan. Met brandende wangen van schaamte onderwierp zij zich aan wat voor haar een vernederende en benauwende ervaring was. De  aartshertogin hoorde een gefluisterde woordenwisseling tussen haar en de keizer, waarin ze ertegen protestereerde, dat ze haar hand moest laten kussen door vrouwen, die oud genoeg waren om haar moeder of grootmoder  te kunnen zijn. De keizer antwoordde, dat zij, zo jong als ze was, nu de hoogste dam de lands was en dat zij hun eerbetoon moest accepteren.

 

Het huwelijk werd twee dagen na de bruiloft werkelijkheid en om acht uur 's morgens was aartshertogin Sophia er al over ingelicht. Het was de gewoonte van de keizerlijke familie te ontbijten in de appartementen van de aartshertogin en het schijnt nooit bij de keizer of zijn moeder te zijn opgekomen , dat een jonge bruid misschien liever alleen met haar man had willen ontbijten.

 

Gezien door de ogen van Elisabeth, wier afkeer van haar schoonmoeder zich later zou ontwikkelen tot een obsessie , word de aartshertogin uitgebeeld als een heerszuchtige tiranne, die er al in de eerste dagen van de wittebroodsweken opstond,, dat zij aanwezig was op het familie ontbijt en die haar zo in verlegenheid bracht met haar indiscrete vragen, dat zij in tranen vluchtte naar haar kamer, terwijl Frans Josef zoveel ontzag voor zijn moeder heette te hebben dat hij zich niet tegen haar orders durfde te verzetten. Het is geen overtuigend verhaal, want als was Frans Josef misschien niet zo gevoelig of opmerkzaam, toch was hij een bijzonder vriendelijke en attente echtgenoot en het lijkt nauwelijks waarschijnlijk dat hij haar na een nacht van hartstelijke verliefdheid, Toen Elisabeth eindelijk in de volledige zin van het woord zijn vrouw werd, tegen haar wil gedwongen heeft deel te nemen aan een gezamelijk ontbijt. Hij was hard voor zichzelf, want zelfs tijdens de wittebroodsweken hield hij zich aan zijn schema van om vijf uur opstaan. Stipt om acht uur ging hij ontbijten met zijn moeder en de vragen die Elisabeth zo indiscreet vond, werden door Frans Josef als niet meer dan natuurlijk beschouwd, in aanmerking genomen zijn moeders belangstelling in de toekomst van de dynastie. 

 

Ook was de aartshertogin niet de sarrende, slechte vrouw zoals haar schoondochter beschrijft. Integendeel, ze was heel vriendelijk en edelmoedig en al komt ze ons net als Elisabeth voor als tactloos en indiscreet, toch mag men niet vergeten dat een privé leven onbekend was in vorstelijke hofhoudingen en dat nog niet zo lang geleden de voltooiing van een Habsburg huwelijk moest geschieden in aanwezigheid van kerkvorsten en ambassadeurs.  Had de aartshertogin iets meer fantasie gehad, dan zou ze misschien begrip gehad voor de teleurstelling van een romantisch jong meisje, dat haar wittebroodsweken moest doorbrengen in de sombere atmosfeer van de Hofburg, dat deputaties van verschillende kroonlanden en dat op de dag na haar huwelijk moest aan zitten aan een diner van meer dan honderd gasten.

 

Er is veel geschreven over de jaloezie van de aartshertogin op haar schoondochter, maar weinig over Elisabeth jaloezie op haar schoonmoeder, jaloezie op de politieke kennis van de aartshertogin en de invloed die zij uitoefende op haar zoon, de natuurlijke wrok van jonge mensen die bemerken dat zij buitengesloten worden bij ernstige besprekingen. Er waren tijden , dat de aartshertogin naar Laxemburg reed om Frans Josef te adviseren over zaken die zij buiten Elisabeths bevattingsvermochen achten en waarvan zij dacht dat ze het meisje niet zouden interesseren. Als de keizer zijn vrouw meer in vertrouwen had genomen, zou hij niet alleen haar van nature alert en ontvakelijk brein hebben stimuleerd, maar ook haar trots hebben gestreeld. Ondanks haar kinderlijkheid en gebrek aan discipline, was Elisabeth zich zeer bewust van haar hoge positie, vooral als ze vond dat ze niet de aandacht kreeg die haar toekwam.

In 1854 werd Elisabeth voor het eerst zwanger. De maanden van de zwangerschap waren lang en naar geweest en   de tijdelijke wantstaltigheid, die de meeste vrouwen accepteren en waarop sommige zelfs trots zijn, vond zij zó verschrikkelijk, dat ze het niet kon verdragen in het openbaar gezien te worden. Zij beklaagde zich bitter over haar schoonmoeder, die haar dwong uit rijden te gaan en die het park van Laxenburg en Schönbrunn openstelde, zodat de mensen haar op alle uren van de dag konden bespieden. In wanhoop sloot ze zich op in haar appartementen. Maar hier was ze niet veilig voor de aartshertoginm die erop stond dat ze naar het terras ging en zich vertoonde aan haar onderdanen, die het recht hadden "deel te hebben aan en zich te verblijden over de komende blijde gebeurtenis. Op 5 maart 1855 schonk Elisabeth het leven aan een dochter, die zonder dat zij ook maar geraadpleegd werd, Sophie werd gedoopt naar haar schoonmoeder.

 

Het is verrassend, dat de aartshertogin, die zelf een Wittelsbach was, zo weinig inzicht had in Elisabeths zieleleven. Misschien vond ze, dat zijzelf de familiegebreken het best kon beoordelen en had zij zich voorgenomen, dat ze haar schoondochter zou weerhouden van piekeren. Maar Elisabeth was een van die mensen die wel geleid kunnen worden, maar nooit gedwongen en noch haar vader, noch haar moeder hadden ooit zo bazig tegen haar gesproken als haar schoonmoeder, die er zó aan gewend was haar familie en vooral haar echtgenoot te overheersen, dat ze er zich absoluut niet van bewust was dat haar manier van doen ergenis wekte.

 

De wrijving tussen zijn moeder en zijn vrouw moet het leven erg moeilijk hebben gemaakt voor de geplaagde en overwerkte keizer. Om het hem nog moeilijker te maken, had Elisabeth, die nu leed aan neerslachtigheid en aanvallen van misselijkheid, er een afkeer van gekregen zijn bed te delen. Hierdoor ontstond het gerucht, dat hij een te vurige minnaar was voor zijn zestienjarig vrouwtje, dat nog te jong en te onvolwassen was voor het huwelijksleven. Omdat zij haar fantasie had gevoed met sprookjes, kan Elisabeth wel geschokt zijn geweest door de rauwe werkelijkheid van het geslachtsleven.

 

Bron: Elisabeth Oostenrijks Beminde Keizerin van Joan Haslip.